Bureau Verkuylen

Breinbreker Brabant

 
Maquette op tafel
Het is 5.081 km2 groot. Maar bij bureau Verkuylen past het op de tekentafel: Brabant, land van herverkavelde inzichten. Vader en zoon Verkuylen belichamen een sterk geloof in de provincie. Hun eerste gebod: gij zult oog voor groen hebben. Gesprek met twee mannen bij wie de liefde voor architectuur, landschap, stedenbouw en ruimtelijke ordening in het DNA zit.
Gebouw D van De Gruyter Fabriek. Begane grond. Linksaf. Gang in. Ja, die deur rechts. Over ruimte en ordening gesproken: een zee van vierkante meters, waarin tien mensen in stilte aan projecten werken. Op de lunchtafel liggen de magazines ‘De Architect’ en ‘De Vitale Stad’.

Even verderop juicht een folder van Villeroy en Boch: ‘Meer badkamer, meer plezier!’ Kan zijn, maar Robert Jan Verkuylen (35) heeft tijdelijk het land aan water. Droogjes: “Afgelopen week hebben we hier een lekkage gehad. Stomweg pech. Het dak lag even open. Maar het komt goed.”

Op de schop

Of dat ook voor Brabant geldt, waar de ruimtelijke opgave een breinbreker is? Aan de vindingrijkheid en toewijding van Robert Jan en zijn vader Jan (62) zal het niet liggen. Laatstgenoemde kent vooral het landelijk gebied van haver tot gort. Of beter: van maïs tot megastal.

Want in dertig jaar tijd zag hij dorpen, boerengrond en wegen letterlijk op de schop gaan. Zijn toenmalige uitkijkpost: het Provinciehuis, waar hij begin jaren tachtig projectleider van het Streekplan Midden- en Oost-Brabant was. De beslissing om zelf een bureau te beginnen? Die nam hij – eens een Brabander, altijd een Brabander – niet alleen op rationele gronden.

“Op de dag dat ik hoofd algemene planologie werd, verdween de tekentafel van m’n kamer. Die begon ik te missen; van huis uit ben ik architect en stedenbouwkundige. In 1982 heb ik de stap naar zelfstandig ondernemerschap gezet. Ja, spannend. Maar ik had een flink netwerk. Na een half jaar kon ik een parttime medewerker in dienst nemen.”
Aan de tekentafel   Aan de tekentafel

Expat

Jaren later koos zoon Robert Jan voor een studie civiele techniek aan de TU Delft. Zijn fascinatie: olie- en gaswinning op zee. Voor Heerema Marine Contractors was hij betrokken bij de bouw van een boorplatform in de Golf van Mexico. Met glimlach: “Nee, niet díe.

Waarom ik uiteindelijk in de off shore ben gestopt? Het leven als expat trok me niet. Je bent jaren op drift. Werk je op het land, dan zit je vaak in compounds in de rimboe. Kun je met een gewapend escorte je boodschappen doen. Dat gaat vervelen.”

Drie jaren geleden stapte hij zijn vaders bedrijf binnen. “Enigszins naïef. Want ik dacht: bouwen is bouwen. Dat is niet zo. Het procesmanagement is hetzelfde als in de offshore-wereld. Maar de inhoud en wet- en regelgeving zijn echt anders. Mijn hart ligt vooral bij de processen: hoe opereer je in een krachtenveld van betrokken partijen?”

Dat vergt strategisch inzicht, ervaart hij. Maar ook sociale lenigheid. Ontwikkelaars, bewoners, politici, belangengroeperingen: iedereen zegt de wijsheid in pacht te hebben. Maar da’s nog iets anders dan hem bezitten. Kijk, van zulke regievraagstukken wordt Robert Jan nou blij.

Troef

Zakelijke feiten: de portefeuille van het bureau bestaat uit stedenbouw (50%), architectuur (25%) en landschapgerelateerde projecten (25%). De hoofdzakelijk regionale opdrachtgevers zijn corporaties, particulieren en kleinere gemeenten.

“Nee, amper grote steden. Die stellen kleine generalisten zoals wij minder op prijs. Daar zit je tegenover vijf specialisten aan tafel. Ach, groot eet met groot. Klein met klein.” Kan zijn, maar wat Verkuylen op haar bord krijgt, is gevarieerd: van verkavelings- en bestemmingsplannen tot inrichting van openbare ruimte of het ontwerp van een appartementencomplex.

Een sterke troef van Verkuylen is de verknoping van disciplines. Daardoor kan het bureau integraal projecten uitvoeren – van eerste ‘potloodschets’ tot en met vergunningentraject en uitvoering.

Kopzorg

Verderop, in het magazijn van Verkuylen, wachten piepschuimbolletjes en platen perspex op hun eindbestemming: maquettes. Zit de klad in het werk? Ten dele. “Sinds de gemeenteraadsverkiezingen, waarna nieuwe colleges zijn gevormd, keren de oude offerteniveaus terug. Maar de prijzen staan nog onder druk”, constateert Robert Jan.

Een andere kopzorg is de opmars van de aanbesteding. Gemeenten nodigen concurrerende partijen uit om in te schrijven. Jan: “Vroeger was je ‘huisadviseur’ van een gemeente, op grond van jarenlang vertrouwen. Je voelde je sterk betrokken bij de lokale ontwikkelingen. Zo bewaakte je ook de kwaliteit. Die continuïteit zie je versnipperen. Zonde.”
Maquette op tafel   Een blik op de werkplekken

Boerenzoon

Van oorsprong is Jan een boerenzoon uit Veghel: “Schop in de grond. Takken rapen. Wind in de bomen.” Zijn liefde voor ‘groen’ laat zich niet verloochenen. Het bureau werkt aan recreatiegebieden, ontgrondingsplannen en stedelijke groenzones. Hoge ogen gooit Verkuylen ook met herinrichtingsplannen voor landgoederen, waaronder Eikenven in Vught en Nemelaer in Haaren.

Nogal wat eigenaren van landgoederen kampen met financieel-economische zorgen. Adel aan de bedelstaf? “Het kapitaal staat niet op een bankrekening, maar zit in de grond zelf”, weet Jan. “Net als bij boeren. Bovendien zijn de opbrengsten van bosbouw en landbouw erg dun. Dat wreekt zich.”

Wat de levensvatbaarheid kan vergroten, is herbestemming. “Zoals Huize Bergen in Vught. Dat is nu een congrescentrum. Maar je kunt ook de slag naar recreatie, cultuur of ecologische landbouw maken. Als respect voor natuur en historie maar vooropstaan.”

Dat kan goed uitpakken, leert het Liempdse Landgoed Velder, midden in Nationaal Landschap Het Groene Woud. Onder condities is Velder de locatie voor Festival Circo Circolo, Streek Fair, EO-landdagen etc. Ook de Mariënwaerdt in de Betuwe, een zogeheten heerlijkheid van 900 hectaren, kan dankzij nieuwe publieksfuncties voortbestaan.

Krimp

Ander vertrouwd terrein voor Verkuylen is architectuur. Enkele projecten: appartementen aan de Aa – tegenover de Bossche watertoren; een supermarkt met woningen in Gilze; duurzame woningen met grasdaken en zonne-energie in Drunen. Maar de bouwlust in Brabant luwt, mede onder invloed van vergrijzing.

Gaan de kleine kernen demografische krimp beleven? Ja, maar dat moet je wel nuanceren, stelt Robert Jan: “Enkele dorpen in de Peel gaan op termijn teruglopen in inwonersaantal. Maar volgens prognoses zal bijvoorbeeld Heusden tot 2030 blijven groeien.”

Zijn vader: “Daarnaast zie je in de ruimtelijke ordening een minder centralistische benadering. De markt is meer vraag- dan aanbodgericht. Een pluspunt? Ja, want er wordt meer dan voorheen ingespeeld op natuurlijke groei die past binnen de context, zonder de omgeving schade te berokkenen.”

Psychologie

Verkuylen is een familiebedrijf. Ook moeder Marina werkt er. Zij verzorgt juridische en financiële zaken. Robert Jan: “Meer familieleden? Ik heb nog een zus. Die is psychologe. Nee, niet hier.” Vrolijke grijns: “Maar haar kennis en expertise kunnen altijd nog van pas komen.”

De Gruyter Fabriek als locatie voor familietherapie? Niet nodig: ze kunnen lezen en schrijven met elkaar. Ach, soms botsen de opvattingen. Maar dat is in elk bedrijf. Wat telt, is de kracht en redelijkheid van argumenten. Robert Jan lakoniek: “Vaak is het zo druk dat je elkaar niet eens spreekt. Als er al privézaken zijn, dan bel je elkaar ’s avonds.”

Met een knipoog naar de publieke discussie over de pensioengerechtigde leeftijd: blijft Jan Verkuylen nog lang op zijn post? Ja, zijn werklust staat als een huis. De grondlegger van het bureau: “Ik vind een grote inspiratiebron in Frank Lloyd Wright (architect van onder meer Guggenheim Museum New York – red.), die tot op hoge leeftijd werkte. Echt, dat lijkt me de natuurlijke gang voor een mens.”
Tekst: Eric Alink