Theo Verbruggen
Van onze verslaggever
Als boerenzoon van twaalf moest hij ’s nachts kippen vangen. Nu jaagt hij op nieuws – en is er als de kippen bij. Ontmoeting met NOS-verslaggever Theo Verbruggen (52) in zijn Bossche binnenstadswoning. “Ik ben soms een te zachtmoedige jongen.”
Erp, dorp van 4720 inwoners. En veel televisies. Klokslag acht uur? Het NOS Journaal, “want Theo, da’s er een van ons.” Bij de verslaggever zelf roept die collectieve trots hoofdzakelijk meewarigheid op. Niet dat-ie zich afzet tegen z’n geboortedorp.
Nog altijd luistert hij graag naar verhalen die z’n ouders bij bezoek aan Den Bosch ophoesten. “Twee prachtige mensen. Allebei in de tachtig. En helder. Vroeger dachten ze dat ik voor galg en rad zou opgroeien. Nu zijn ze gerustgesteld, al verbied ik ze om met me te pronken.”
Jeugdherinnering. Z’n wekker die om twee uur ’s nachts afliep. “We hadden mestkippen. Om de zeven weken gingen er 30.000 naar de slachterij. Samen met jongens uit het dorp moest ik ze vangen. Afgrijselijk werk. Vies en stoffig.”
Op z’n achttiende verhuisde hij naar Den Bosch. The city of sins: “Ik zat op de Sociale Academie, hield me op in de kraak- en homobeweging en maakte programma’s bij Radio Vrij Den Bosch (alternatieve zender op de Papenhulst – red.). Later kon ik als programmaleider bij Boschtion aan de slag – ach, in het land der blinden.”
Na werk voor Omroep Brabant en VARA werd Theo medio jaren negentig de stem van ‘Het Filiaal’, een roemrucht NOS-programma. Sinds 2007 is zijn bekendheid verder toegenomen, dankzij zijn verslaggeving voor het NOS Journaal.
Regelmatig duikt Den Bosch in zijn items op. Een knus rijtje: De Graafsewijkrellen, Benno L., Marco Kroon, Q-koorts, Essent in handen van RWE. Opgewekt: “Maar ik kan niets nadeligs over Den Bosch bedenken. Nou ja, het is een dorp. Dat is tegelijkertijd de charme: gezellig, overzichtelijk en herkenbaar. Als ik over de Markt loop, roepen ze soms van achter een kraam: ‘Hé, Theo! Waor gaode op af, jongen?’ Da’s leuk. Nou: meestal leuk.”
Voor de NOS is hij de enige televisieverslaggever in het zuiden. Wel klinken op de Hilversumse zenders de stemmen van vele Brabantse radiomakers, onder wie de Bosschenaren Joris van de Kerkhof en Maino Remmers. Met laatstgenoemde en Marc van Dam heeft Theo zich verenigd in NOS Bureau Zuid, dat een kantoor- en studioruimte bij Sluis Nul heeft.
Met krant en croissant naar bootjes kijken? No way. Vooral het Journaal-werk legt beslag op hem. “Allerlei wereldjes waarin je komt ‘scan’ je op nieuws. En altijd is er een onbestemd gevoel. Ook als ik koffie drink in de stad of op een feestje ben. Nooit weten wanneer zich nieuws voordoet, dat is zowel ergerlijk als fijn.”
Denkrimpels. De vraag: is het journalistiek lastig om ook in je eigen stad te werken? Dan: “Als ik de burgemeester in de zaak-Benno L. vragen stel, denk ik toch driemaal langer na welke quote ik aan Hilversum doorstuur (met glimlach). Soms ben ik een te gevoelige jongen. Maar mededogen mag nooit de dienst uitmaken. Het blijft journalistiek.”
Zijn besef van verantwoordelijkheid reikt verder dan de microfoon. In 2008 zei hij ‘ja’ tegen de uitnodiging om het bestuur van Theaterfestival Boulevard te versterken. “Ik besefte dat ik hier thuis ben gaan horen. Dan wil je ook iets doen voor die stad.”
Over dat culturele leven in Den Bosch is hij tamelijk vrolijk gestemd. “Ik ben een filmman; dan zit je hier goed. Wat ik wel mis in Den Bosch is jongerencultuur in het straatbeeld. Het Koning Willem I College heeft diverse creatieve opleidingen. Laat zien! Maar dat geldt ook voor de Kunstacademie. Hoor je veel te weinig van.”
Of hij zich ooit naar de Randstad ziet verhuizen? Nee: Den Bosch is Den Bosch. Een stad die aan applaus wint, concludeert Theo. Volgens hem dankt Den Bosch dat vooral aan de herpositionering van Brabant. “Eindelijk is er ook boven de rivieren de erkenning dat je – zeker economisch – niet meer om Brabant heen kunt.”
Wel moet hem iets van het hart: “Het ligt grotendeels aan Brabanders zelf dat die waardering zo lang is uitgebleven. En nog: Calimero is niet verdwenen. Sommige Brabanders blijven enthousiast roepen: ‘Theo, we zijn zó trots op jou dat jij daar in Hilversum zit!’ Dat is het verschrikkelijkste compliment dat je kunt krijgen.”
Nog altijd luistert hij graag naar verhalen die z’n ouders bij bezoek aan Den Bosch ophoesten. “Twee prachtige mensen. Allebei in de tachtig. En helder. Vroeger dachten ze dat ik voor galg en rad zou opgroeien. Nu zijn ze gerustgesteld, al verbied ik ze om met me te pronken.”
Jeugdherinnering. Z’n wekker die om twee uur ’s nachts afliep. “We hadden mestkippen. Om de zeven weken gingen er 30.000 naar de slachterij. Samen met jongens uit het dorp moest ik ze vangen. Afgrijselijk werk. Vies en stoffig.”
Op z’n achttiende verhuisde hij naar Den Bosch. The city of sins: “Ik zat op de Sociale Academie, hield me op in de kraak- en homobeweging en maakte programma’s bij Radio Vrij Den Bosch (alternatieve zender op de Papenhulst – red.). Later kon ik als programmaleider bij Boschtion aan de slag – ach, in het land der blinden.”
Na werk voor Omroep Brabant en VARA werd Theo medio jaren negentig de stem van ‘Het Filiaal’, een roemrucht NOS-programma. Sinds 2007 is zijn bekendheid verder toegenomen, dankzij zijn verslaggeving voor het NOS Journaal.
Regelmatig duikt Den Bosch in zijn items op. Een knus rijtje: De Graafsewijkrellen, Benno L., Marco Kroon, Q-koorts, Essent in handen van RWE. Opgewekt: “Maar ik kan niets nadeligs over Den Bosch bedenken. Nou ja, het is een dorp. Dat is tegelijkertijd de charme: gezellig, overzichtelijk en herkenbaar. Als ik over de Markt loop, roepen ze soms van achter een kraam: ‘Hé, Theo! Waor gaode op af, jongen?’ Da’s leuk. Nou: meestal leuk.”
Voor de NOS is hij de enige televisieverslaggever in het zuiden. Wel klinken op de Hilversumse zenders de stemmen van vele Brabantse radiomakers, onder wie de Bosschenaren Joris van de Kerkhof en Maino Remmers. Met laatstgenoemde en Marc van Dam heeft Theo zich verenigd in NOS Bureau Zuid, dat een kantoor- en studioruimte bij Sluis Nul heeft.
Met krant en croissant naar bootjes kijken? No way. Vooral het Journaal-werk legt beslag op hem. “Allerlei wereldjes waarin je komt ‘scan’ je op nieuws. En altijd is er een onbestemd gevoel. Ook als ik koffie drink in de stad of op een feestje ben. Nooit weten wanneer zich nieuws voordoet, dat is zowel ergerlijk als fijn.”
Denkrimpels. De vraag: is het journalistiek lastig om ook in je eigen stad te werken? Dan: “Als ik de burgemeester in de zaak-Benno L. vragen stel, denk ik toch driemaal langer na welke quote ik aan Hilversum doorstuur (met glimlach). Soms ben ik een te gevoelige jongen. Maar mededogen mag nooit de dienst uitmaken. Het blijft journalistiek.”
Zijn besef van verantwoordelijkheid reikt verder dan de microfoon. In 2008 zei hij ‘ja’ tegen de uitnodiging om het bestuur van Theaterfestival Boulevard te versterken. “Ik besefte dat ik hier thuis ben gaan horen. Dan wil je ook iets doen voor die stad.”
Over dat culturele leven in Den Bosch is hij tamelijk vrolijk gestemd. “Ik ben een filmman; dan zit je hier goed. Wat ik wel mis in Den Bosch is jongerencultuur in het straatbeeld. Het Koning Willem I College heeft diverse creatieve opleidingen. Laat zien! Maar dat geldt ook voor de Kunstacademie. Hoor je veel te weinig van.”
Of hij zich ooit naar de Randstad ziet verhuizen? Nee: Den Bosch is Den Bosch. Een stad die aan applaus wint, concludeert Theo. Volgens hem dankt Den Bosch dat vooral aan de herpositionering van Brabant. “Eindelijk is er ook boven de rivieren de erkenning dat je – zeker economisch – niet meer om Brabant heen kunt.”
Wel moet hem iets van het hart: “Het ligt grotendeels aan Brabanders zelf dat die waardering zo lang is uitgebleven. En nog: Calimero is niet verdwenen. Sommige Brabanders blijven enthousiast roepen: ‘Theo, we zijn zó trots op jou dat jij daar in Hilversum zit!’ Dat is het verschrikkelijkste compliment dat je kunt krijgen.”
Tekst: Eric Allink
