Nelly Nijhuis

Zappen in het geheugen

 
Een tv. Dat wilden haar kinderen halverwege de jaren zestig. Zo’n kijkkastje kostte een kapitaal. Maar het bakkie kwam er. “Ik ben ervoor bij De Gruyter gaan werken.” Op de koffie bij Nelly Nijhuis.
Nelly Nijhuis
Vier kinderen heeft ze. Een dwergpincher. En de ziekte van Menière. “Alsof je op een schip zit; je raakt er duizelig van”, verzucht Nelly in haar woonkamer aan de Adelheidstraat (Orthen-links). Wat haar ook laat tollen: herinneringen.

Op haar veertiende ging ze in het naai-atelier van C&A aan de slag. “Inkorten, omzoomen, draadjes afwerken. De ene week mouwen, de week erop voorpanden. En zo het jaar door. Later heb ik ook werkhuizen gehad. Poetsen. Bij anderen.”

Ze moest trouwen. Laconiek: “Een teken dat we van elkaar hebben gehouden. Wat de pastoor ervan vond, interesseerde me niet. Bovendien had-ie niks te mauwen: in drie jaar tijd kreeg ik er drie.” Het gezin verhuisde van de Copernicuslaan vier-hoog naar Orthen. Een woningruil. Maar nooit spijt van gehad.

“Fijne buurt. Zeker vroeger.” Haar man, vrachtwagenchauffeur van beroep, reed veel op het buitenland. Nelly zat thuis. Met de kinderen. “Als ze bij vriendjes waren, zagen ze ‘Swiebertje’ en ‘De Verrekijker’. Dat wilden ze thuis ook. Zo is-ie er gekomen: een Loewe Opta. Zwartwit. Dankzij m’n loon van De Gruyter kon dat. Op de kop af: 22 gulden per week.”

Oorwurm

Van 17.30 tot 22.30 uur. Dat waren haar werktijden. Oppas? Op Orthen was er altijd wel een buurvrouw die een oogje in het zeil hield. Aanvankelijk werkte Nelly ‘op de zuidvruchten’. Krenten, rozijnen en abrikozen afwegen en vacuüm verpakken.

“Kersen en frambozen heb ik ook nog uitgezocht; de rotte moesten eruit. Soms zag je een oorwurm voorbijkomen. ‘Gooi d’r maar bij, die gaat toch wel dood’, zeiden ze.” Later vouwde ze dozen voor vermicelli en brinta. “Het was er altijd druk. Ik heb wel eens tegen ons moeder geroepen: ‘Waarom hedde gij mij gemaokt?’ Om te werken, denk ik.

Op de inpak zaten meer dan honderd vrouwen. Vrijwel allemaal tussen de 30 en 40 jaar. Ook op de chocola, de koffie en de koek werkten vooral vrouwen. Echt, die chefs – bijna allemaal mannen – hadden ’t zo slecht nog niet.”

Wel akelig: ’s avonds langs het kerkhof terug naar huis. Zeker in de winter geen pretje, huivert ze: “Als kind zag ik er in de winter kisten open en bloot staan. M’n vader ligt er trouwens ook, op ongewijde grond. Dat gezwaai met kwasten in de kerk vond-ie maar niks.”

Bonbons

Slechte herinneringen aan De Gruyter-jaren? Geen kwaai woord, zegt ze kordaat. Goed loon, sociale werkgever, plezierige sfeer. “Soms moest je zo doorpezen dat je je koffie tijdens het werk moest opdrinken. Maar dat vond je geen punt. We hadden lol. En we snoepten af en toe bonbons met likeur. Lekker? Ja, ook de likeur.”

Toch nog een kanttekening. Want nou ze zo zit te prakkizeren: “De jam, dat was me toch een vieze afdeling! Een plakkerige bende, kunde wel zeggen.” Nee, dan de winkels van De Gruyter: paleisjes. Blinkend koperwerk, tegeltableaus: “Ik kwam er graag. Ook voor het Snoepje van de Week. Nu haal ik m’n boodschappen bij de Nettorama en de Albert Heijn. Behalve balkenbrij en zult. Die maak ik zelf. Da’s een familietraditie.”

Nog zo’n drie jaar. Dan gaat een groot deel van Orthen-links plat, inclusief haar huis. Tsja, zal ze d’r van zeggen? Met zucht: “Het is maar afwachten wat de huur dan gaat worden. Die is nou gunstig: 215 euro in de maand. Ach, eerst maar eens zien dat we het halen. Ik ben al 78.” De dwergpincher soest. De klok tikt. De tv staat uit. Een nieuwe? Hoeft er niet te komen. Nelly Nijhuis heeft nog voor jaren beelden. In haar hoofd.
Tekst: Eric Alink