Anna Uitdehaag

Blijf kijken

 
Haar zinnen ruiken naar Glassex. Verhelderend, nu de ramen in Nederland langzaam beslaan. Als zij haar venster opent, ziet ze bezuinigingen in de culturele sector naderen. Maar haar dromen in de steek laten? Woehaha: “Ik ben een terriër.” Gesprek met Anna Uitdehaag, directeur van de Koningstheaterakademie in Den Bosch.
Anna Uitdehaag, directeur KTA
Van oorsprong komt ze uit Roosendaal – tsja, niet iedereen wordt als winnend kraslot geboren. Maar twaalf jaar geleden belandde ze in Den Bosch. Ze zette er de Koningstheaterakademie (KTA) op, de enige cabaretopleiding van Nederland. Met succes: de afgestudeerden, onder wie Katinka Polderman, Dames voor na Vieren, Louise Korthals en Jochen Otten, veroveren prijzen op alle toonaangevende cabaretfestivals.

Ergens achter in haar keel. Het klinkt zo: ‘Tngggrrrr’ – gesmoord misprijzen. De vraag luidde: deelt ze de opvatting van Halbe Zijlstra dat cultureel ondernemerschap de linkse hobby’s kan redden? Anna: “Wij doen niks anders op de Akademie; we zijn een particuliere instelling.”

Ook het Haagse mantra ‘samenwerking’ klinkt haar sleets in de oren. De Koningstheaterakademie, die in het voormalige consultatiebureau aan de Havensingel is gehuisvest, gaat al jaren allianties aan. Eentje die op stapel staat: met Bureau Zuid van de Bossche radio- en tv-journalisten Maino Remmers en Theo Verbruggen.

Bij hen kan de KTA expertise of studioruimte inhuren voor de aparte opleiding ‘massamedia & presentatie’ die in januari 2012 begint. “Journalisten, strafpleiters, zakenmensen: ze moeten zichzelf helder kunnen esenteren. Dat is een hele kunst. Wij hebben die kennis in huis.”

Zieltjes

Al jaren telt de KTA, die op een accreditatie voor HBO-opleiding afstevent, zo’n 30 studenten. Binnen drie jaar moeten dat er 55 zijn. Maar de lat blijft hoog liggen. Snedige snaken en zelfverzekerde zieltjes?

Bij audities verlangt Anna nadrukkelijk meer: “Een brandende urgentie om de wereld iets te verkondigen. Verder moet je het acteren, schrijven en zingen onder de knie willen krijgen, zowel de techniek als de theorie. Want weliswaar word je – naar mijn overtuiging – als cabaretier geboren; je moet je wel kunnen uitdrukken.”

Haar studenten komen uit heel Nederland. Leeftijd: 17 tot 26 jaar. Zo’n 60% sneuvelt tijdens de eenjarige vooropleiding. In de regel trekt de akademie geen zondagskinderen of – therapeutisch bezien – krasloze typjes. Liever niet zelfs. Opgewekt: “Ik heb een zwak voor gemankeerdheid. Mensen waar iets aan schort. Mensen die niet vriendelijk, sociaal of nobel zijn. Die last hebben van zichzelf. Als ze daarmee in contact durven te komen, is het begin gelegd.”

Ze spreekt zorgvuldig en bedachtzaam. Haar favoriete stijlfiguur is het oxymoron, waarin twee woorden elkaar tegenspreken – zoals ‘goed fout’ of ‘knap lelijk’. Zo noemt ze zichzelf een ‘intuïtief strateeg’ en is ze vol lof over ‘liefdevolle verwaarlozing’. Die term staat voor de moedwillige beslissing om een student tijdelijk aan zijn/haar lot over te laten, opdat uit de groeiende wanhoop zowel elfreflectie als creativiteit ontstaat.

“Het werkt”, glimlacht Anna. “Enerzijds ontroert de weerloosheid van jong talent me sterk. Ik bied ze graag mijn geloof in wat ze kunnen. Aandacht en zorg zijn belangrijk: it takes a village to raise a child. Anderzijds kan ik snoeihard zijn. De grootste belediging die ik kan krijgen, is de kwalificatie ‘Moeder-van-de opleiding’.”

Kanteltijd

Velen zien cabaret als de peillat onder de podiumkunsten. Hoe hoog staat het water in de samenleving? Aan wiens lippen? En hoe troebel is het? De kardinale vraag: heeft de veranderende Nederlandse samenleving invloed op het cabaret van de studenten? Ja, bevestigt Anna.

“Enkele jaren geleden gold: hoe groter de wereld, hoe kleiner het plekje waarop je je mocht terugtrekken. Dat leverde veel kijkjes in privédomeinen op. Maar de kunsten kunnen het zich niet langer veroorloven om een vierkante meter te exploreren. Het is tijd om het maatschappelijk verloren terrein terug te winnen.”

Dat is niet aan dovemansoren. Zo waren KTA-studenten betrokken bij onder meer de ‘Late Night Show’ op zeven edities van Theaterfestival Boulevard en het City Change Center-project ‘Gestelse Buurt’, waarbij verhalen van rafelrand-bewoners werden omgesmeed tot liedjes en videoclips. Onder de vlag van de Koningstheaterakademie vindt ook de ‘Lammerentour’ voor derde- en vierdejaars studenten plaats.

Verder beschikt de opleiding over een eigen impresariaat. Geen vuiltje aan de lucht? Hoho: “We leven in een kanteltijd. Er bestaat geen consensus meer over wat beschaving is. Wat er in een beschaving toe doet, moet zelfs tot aan de rechter bevochten worden. De aangekondigde 200 miljoen euro bezuinigingen op cultuur – waarbij Brabant onevenredig wordt geraakt – zullen grote gevolgen hebben.

Enerzijds voor deze stad: wat Den Bosch bijzonder maakt – van Productiehuis Brabant tot November Music – gaat sneuvelen. Anderzijds raakt het onze studenten: impresariaten gaan op safe spelen. Ook festivals en schouwburgen zullen minder risico durven te nemen. Maar ik ga niet bij de pakken neerzitten.
Ik ben een terriër.”

Ze kijkt naar buiten, vanuit het koffiehuis aan de Visstraat. Naar de Bossche samenleving die voorbijtrekt. Zonder beslagen ramen.
Tekst: Eric Alink