Maaike Verberk

040 meets 073

 
Ze is niet in Den Bosch geboren – maar het is toch nog goed gekomen. Sinds de herfst is Maaike Verberk (39) projectleider bij Stichting Jheronimus Bosch 500. Haar opdracht: de komende zes jaar vorm en inhoud geven aan het zogeheten ‘Visioen van de Stad’ van de bosch500-manifestatie.

Een gesprek in het teken van Zoek De Tien Verschillen tussen de Brabantse hoofdstad en haar woonplaats Eindhoven. “Het is het ons-kent-ons van een groot dorp versus de anonimiteit van de stad.”
Maaike Verberk
Ze studeerde Bedrijfskunde & Kunstbeleid aan de Rijksuniversiteit Groningen en leerde als beleidsmedewerker Podiumkunsten & Film van de Provincie Noord-Brabant hoe de hazen op de zandgronden lopen. Van 2007 tot en met 2009 was ze directeur van Plaza Futura – het Eindhovense nichtje van de Verkadefabriek. “Maar mijn hart ligt uiteindelijk niet bij hoofdzakelijk managen en Excel-sheets opstellen. Ik wil mensen met elkaar verbinden.”

Met beide handen pakte ze de kans om bij Stichting Jheronimus Bosch 500 aan de slag te gaan. Of Den Bosch uitdagend is? Goudeerlijk: “Toen ik nog in het provinciehuis werkte, vond ik het een truttige stad. Maar de afgelopen vijf à zes jaar is er enorm veel veranderd. Tegelijkertijd zijn sfeer en uitstraling hetzelfde gebleven: gemoedelijk, mede dankzij het intensieve en fijnmazige buurtwerk. Hier in Eindhoven, van oudsher een arbeidersstad, is de omgang zakelijker. Mensen trekken hier minder naar elkaar toe. Een Boulevardfestival zou hier niet werken.”

Bossche lef

Andere verschillen: in Eindhoven lenen legio voormalige industriële gebieden zich voor herontwikkeling; in Den Bosch beperken die stedenbouwkundige kansen zich tot Boschveld, Paleiskwartier en Kop van ’t Zand. “Zoiets als Strijp-S heb je niet in Den Bosch. Maar wat telt, is visie. Die zie ik meer in Den Bosch dan in Eindhoven, waar men nauwelijks besluiten neemt.”

De Bossche lef om te kiezen ziet Maaike onder meer weerspiegeld in de unanieme raadssteun in zomer 2009 voor Jheronimus Bosch 500. Haar vertrouwen in de economische, sociale en culturele effecten van Bosch500 schilfert niet, zelfs niet onder invloed van gemeentelijke bezuinigingen en groeiende scepsis van D’66 en de Bossche Groenen.

Fier: “Als je dit project alleen als geldverslindend ziet, doe je de raad en een groot deel van de bevolking tekort. Ik ben ervan overtuigd dat Bosch500 de citymarketing versterkt, bezoekers en bedrijven trekt en de trots en verbondenheid van inwoners vergroot. We hebben genoeg op de plank liggen om onszelf te bewijzen.”

Over grenzen

Ze aarzelt. De vraag was: zie je ook valkuilen in Den Bosch? Zorgvuldig formulerend: “Het karakter en de schaal van Den Bosch kunnen ertoe uitnodigen dat iedereen overal wat van vindt. Dat kan besluitvorming in de weg staan. Het is een groot dorp – ons-kent-ons. De anonimiteit van Eindhoven is wat dat betreft een voordeel. Ook voor makers.

Je hebt in Eindhoven ruwe randjes waar Den Bosch er méér van zou mogen hebben. Zo kun je in Eindhoven vrij makkelijk over grenzen gaan, wat in Den Bosch waarschijnlijk minder snel geduld zal worden. De reden? Eindhoven is individueler en opener. Tegelijkertijd heb je er meer zelfredzaamheid en ondernemerschap nodig om te overleven.”

Slotbeschouwing: volgens de digitale familienamenbank – zie www.meertens.knaw.nl – wonen acht van de 451 Nederlanders met de naam Verberk in Den Bosch. Kunnen dat er vóór 2016 nog negen worden? Ondoorgrondelijke lach: “Ik kan de verleiding nog weerstaan, maar ik sluit niets uit.” Zwijgt even. Buigt naar voren. Openhartig: “Het is er wel gezelliger dan in Eindhoven.”
Tekst: Eric Alink