Arthur den Boer

Glorious Amateur

 
Arthur den Boer
Tot zijn twintigste woonde hij in Oud-Beijerland, een christelijke vlek onder Rotterdam. Zondags naar de kerk. De galm van psalm 27: ‘Wijs mij uw weg, Heer, leid mij op een effen pad.’ Maar beeldend kunstenaar Arthur den Boer (45) ontdekte dat slingerwegen interessanter zijn.
Vrijwel elke werkdag. Elf uur. Dan stapt-ie z’n atelier op De Gruyter Fabriek binnen. Eerst koffie, om de laatste flarden slaap te verdrijven. Want al zestien jaar sorteert hij post in de avond- of nachtdienst bij TNT. Aardig werk: fascinerende handschriften, vreemde stempels en buitenlandse postzegels.

Postcode 3261 t/m 3263? Herkent-ie meteen: Oud-Beijerland. “Al ligt mijn christelijke jeugd ver achter me, het laat vast sporen na. In mijn werk zitten vaak onderhuidse angsten en onbestemdheid. Niet erg: het moet wringen.”

Vliegen

Ronddolen. In zijn atelier. Doe-ie vaak. Zitten. Weer opstaan. Zijn inspiratiewand bekijken, waar tussen kleurige A4’tjes de relativerende teksten ‘Fail better’, ‘Party till puke’ en ‘Glorious Amateur’ hangen. Ander tijdverdrijf: een gedicht van Jan Emmens lezen. Een strofe uit de bundel ‘Kunst en vliegwerk’: ‘Hoe komt wie vliegt ooit tot bedaren | en wie niet vliegt ooit van zijn plaats?’

Ooit zat Arthur zelf gekortwiekt in zijn atelier. Het was 1997. Zijn studie aan de Bossche Kunstacademie was voltooid. Maar zijn eigen stijl had nog geen vleugels. “Toen heb ik twee doeken opgespannen en mezelf verplicht om net zolang door te werken tot er iets was. Dat kostte me een jaar.

Schilderen is wachten op iets. Noem het vonk of voodoo; het komt nooit vanzelf.” Geduld loont: de twee doeken leverden Arthur de Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst 1998 op. “Toen gingen de deuren open van onder meer Jan van Hoof Galerie en Priveekollektie in Heusden. Tot mijn eigen verbazing.”
Arthur den Boer: Water and Gasoline   Arthur den Boer: Wanderer

Onderuit schoppen

Zijn werk is expressief, kleurrijk, weerbarstig en vol tensie. Over die spanning: “Ik ben altijd bezig om uit de structuren te breken die ik mezelf opleg. Eerst bouw ik iets zorgvuldig op, daarna schop ik het onderuit – vooral de esthetiek. Ik ben niet snel tevreden. Lastige eigenschap? Ja, het kan erg onhandig zijn. Ook in mijn dagelijks leven.”

Gelaagde, complexe schilderijen. Daar houdt hij van. Want hoe zijn werk ook als een zoektocht kan ogen; elk doek geeft langzaam samenhang en onderliggende structuur prijs. “Soms noem ik het kampvuurschilderijen. Ga erbij zitten en laat je meevoeren.” Een handdruk bij het afscheid. Warm.
Tekst: Eric Alink