Marc Eysink Smeets
Aranea Cultura Silva Ducis
Bosschenaren? Klagers bij uitstek, ontdekte hij in 1976 bij vestiging in de Brabants hoofdstad. Nu valt hem de trots op. “De afgelopen jaren heeft Den Bosch zelfvertrouwen en klasse gekregen. Er is een klimaat ontstaan waarin mensen hun nek durven uit te steken.” Gesprek met Marc Eysink Smeets, een opinion leader die scherpe analyses en tegendraadsheid in zich verenigt.
“Zo is Den Bosch in krap vijftien jaar tijd een avontuurlijke stad geworden die hoog scoort op alle landelijke lijstjes. Dat de stad meer is dan een cultuurhistorische schatkamer mag aan zichtbaarheid winnen.”
Marc Eysink Smeets zit in een half dozijn besturen en raden van toezicht.
Marc Eysink Smeets zit in een half dozijn besturen en raden van toezicht.
Volgens de encyclopedie telt de familie van de Araneae (spinnen) 45.000 soorten. Plus één: de Aranea Cultura Silva Ducis. Zo’n spin in het Bossche culturele web is Marc Eysink Smeets (50). Hij zit in een half dozijn besturen en raden van toezicht, waaronder die van De Verkadefabriek, Theatergezelschap Matzer en Stichting Cultuurmarketing ’s-Hertogenbosch (UIT-punt).
Voor hij in 2005 zijn communicatie- en adviesbureau MESSO oprichtte, was hij adjunct-directeur van het Nationaal Comité 4 en 5 mei en landelijk coördinator van de dertien Bevrijdingsfestivals. Hoge ogen gooide hij in 2007 met het culturele programma voor het bezoek van koningin Beatrix aan Den Bosch, de jonge citymarketing-campagne ‘De 7 ZomerZonden’ en zijn advies over vernieuwing van de Bossche kermis. Ook is hij mede-grondlegger van circusfestival Circo Circolo.
Voor hij in 2005 zijn communicatie- en adviesbureau MESSO oprichtte, was hij adjunct-directeur van het Nationaal Comité 4 en 5 mei en landelijk coördinator van de dertien Bevrijdingsfestivals. Hoge ogen gooide hij in 2007 met het culturele programma voor het bezoek van koningin Beatrix aan Den Bosch, de jonge citymarketing-campagne ‘De 7 ZomerZonden’ en zijn advies over vernieuwing van de Bossche kermis. Ook is hij mede-grondlegger van circusfestival Circo Circolo.
Zwarte vlag
“Toen ik in Den Bosch kwam wonen, was het een wat sombere en in zichzelf gekeerde stad. Zelfbewustzijn was er amper. In 1977 hingen middenstanders nog collectief de zwarte vlag uit – een protest tegen het autovrij maken van de Markt. Het enige dat telde, was ‘kopenkopenkopen’ en toeristisch bezoek aan de Sint Jan en de Binnendieze.
In de jaren negentig is het imago van de stad gaan veranderen. Achteraf bezien lijken de opera ‘Aïda’ (1990) in de Maaspoorthal en de Tour de France – in 1996 was Den Bosch startplaats – kantelpunten en tekens van nieuw elan. Andere factoren? Een burgemeester (Rombouts) die durft te dromen en mensen uitdaagt, het draagvlak van Kring Vrienden van Den Bosch, bedrijven (Nashua, Würth, Heineken) die hun nek uitsteken en de volharding van culturele kopstukken als Wim Claessen, Paul Smits en Jan van der Putten, die tegen de stroom blijven inroeien.”
Toch werden de eerste veranderingen volgens Marc al in de jaren tachtig aangezwengeld. “Dankzij de Bossche kraakbeweging ontstonden nieuwe kleinschalige initiatieven, zoals je die nu ook in De Gruyter Fabriek, Boschveld en bij het Makershuis tegenkomt. Wat de stedelijke verandering aardig illustreert: het complex van wapen- en munitiefabriek De Kruithoorn – dat in 1979 nog door de anti-militaristische beweging Onkruit is bezet – biedt nu als Bedrijvencentrum de Poeldonk onderdak aan allerlei kleine bedrijfjes, van decorontwerp tot klussendienst.
Wat de verandering ook op gang houdt, is het feit dat veel mensen uit de toenmalige tegenbeweging nu op sleutelposities in de stad zitten. Hun vuur is nog niet gedoofd. Zo is Den Bosch in krap vijftien jaar tijd een avontuurlijke stad geworden die hoog scoort op alle landelijke lijstjes. En al blijft het een groot dorp: tel je zegeningen.”
In de jaren negentig is het imago van de stad gaan veranderen. Achteraf bezien lijken de opera ‘Aïda’ (1990) in de Maaspoorthal en de Tour de France – in 1996 was Den Bosch startplaats – kantelpunten en tekens van nieuw elan. Andere factoren? Een burgemeester (Rombouts) die durft te dromen en mensen uitdaagt, het draagvlak van Kring Vrienden van Den Bosch, bedrijven (Nashua, Würth, Heineken) die hun nek uitsteken en de volharding van culturele kopstukken als Wim Claessen, Paul Smits en Jan van der Putten, die tegen de stroom blijven inroeien.”
Toch werden de eerste veranderingen volgens Marc al in de jaren tachtig aangezwengeld. “Dankzij de Bossche kraakbeweging ontstonden nieuwe kleinschalige initiatieven, zoals je die nu ook in De Gruyter Fabriek, Boschveld en bij het Makershuis tegenkomt. Wat de stedelijke verandering aardig illustreert: het complex van wapen- en munitiefabriek De Kruithoorn – dat in 1979 nog door de anti-militaristische beweging Onkruit is bezet – biedt nu als Bedrijvencentrum de Poeldonk onderdak aan allerlei kleine bedrijfjes, van decorontwerp tot klussendienst.
Wat de verandering ook op gang houdt, is het feit dat veel mensen uit de toenmalige tegenbeweging nu op sleutelposities in de stad zitten. Hun vuur is nog niet gedoofd. Zo is Den Bosch in krap vijftien jaar tijd een avontuurlijke stad geworden die hoog scoort op alle landelijke lijstjes. En al blijft het een groot dorp: tel je zegeningen.”
Zichtbaarheid
Niks te mauwen? Toch wel: “Den Bosch kent twee werelden. Buiten het centrum zie je nieuwe architectuur en eigentijdsheid. Maar in de binnenstad ligt de vertrutting op de loer: Den Bosch als kruising van Efteling en Openluchtmuseum. Die twee werelden – historie en modernisme – zijn te strikt gescheiden.
De creatieve industrie in Den Bosch zou die twee fenomenen met elkaar kunnen verbinden, waarbij De Gruyter Fabriek een van de sterke platforms kan zijn. Dat de stad meer is dan een cultuurhistorische schatkamer mag aan zichtbaarheid winnen.”
De creatieve industrie in Den Bosch zou die twee fenomenen met elkaar kunnen verbinden, waarbij De Gruyter Fabriek een van de sterke platforms kan zijn. Dat de stad meer is dan een cultuurhistorische schatkamer mag aan zichtbaarheid winnen.”
Tekst: Eric Alink

