Studio Conen
Zonder poespas
In de DSM-IV, het diagnostische naslagwerk voor de geestelijke gezondheidszorg, staat het niet apart vermeld. Maar het komt voor: chiciphobie. Job Conen (33) kent het verschijnsel: de drang om chici – Frans voor ‘kouwe drukte’ – te vermijden. Zijn hekel aan poespas tekent zijn werk als architectonisch vormgever en interieurarchitect. Ontmoeting in De Gruyter Fabriek, waar hij als kersverse zelfstandig ondernemer in ruimte A.002 zijn pure en directe vormtaal ontwikkelt.
“Een gordijnstofje uitkiezen of een paar kussentjes in een hoek gooien kan leuk zijn, maar mijn hart ligt bij architectonische vormgeving en interieurarchitectuur.”
Job Conen is oprichter en eigenaar van Studio Job Conen
Job Conen is oprichter en eigenaar van Studio Job Conen
Zijn vader is meubelontwerper. En in zijn kinderjaren knutselde Job bij voorkeur Lego-constructies die afweken van de bouwtekening. Toch is hij niet erfelijk belast. “Tot aan 6-VWO wist ik echt niet welke opleiding ik zou gaan volgen. Economie? Wiskunde? Pabo?” Het werd de Akademie voor Kunst en Vormgeving/Sint Joost in Breda – “nee, zonder Philip Starck-stoelen of Toledo-lampen in mijn studentenkamer” – waar hij een brede liefde voor toegepaste kunst ontwikkelde.
“Mijn afstudeerproject? Eind jaren negentig ontdekte ik een leegstaand café in een Bredase volkswijk. Dat heb ik tijdelijk ingericht als buurtcafé annex kunstgalerie. A clash of two cultures, maar het klopte tot in de kleinste details. Voor de goede orde: ik ben geen stilist – wat mensen vaak denken. Een gordijnstofje uitkiezen of een paar kussentjes in een hoek gooien kan leuk zijn, maar mijn hart ligt bij architectonische vormgeving en interieurarchitectuur. Dat is de kern van Studio Job Conen, die ik in januari 2009 heb opgezet.”
“Mijn afstudeerproject? Eind jaren negentig ontdekte ik een leegstaand café in een Bredase volkswijk. Dat heb ik tijdelijk ingericht als buurtcafé annex kunstgalerie. A clash of two cultures, maar het klopte tot in de kleinste details. Voor de goede orde: ik ben geen stilist – wat mensen vaak denken. Een gordijnstofje uitkiezen of een paar kussentjes in een hoek gooien kan leuk zijn, maar mijn hart ligt bij architectonische vormgeving en interieurarchitectuur. Dat is de kern van Studio Job Conen, die ik in januari 2009 heb opgezet.”
Tangram
Zijn stijl is aards, sober en rechtstreeks, maar ook vernuftig – regelmatig integreert hij verschillende functies in één wand of meubel. Zo lijken sommige ontwerpen op tangram: vormcreaties waarin andere vormen ‘verstopt’ zitten. Tegelijkertijd is Job wars van franje en opsmuk.
Niet voor niets heeft hij een fascinatie voor werk van beeldend kunstenaar Donald Judd en de architecten/interieurontwerpers David Chipperfield, Maarten van Severen en Vincent Van Duysen. Over de twee laatstgenoemden: “Vlamingen durven terug te keren naar het ‘kale hout’. In Nederland zie je vaker poespas. Voorbeeld? Vorige week was ik op de Horecabeurs in Amsterdam. Louter glitter, glamour en façade. Dat botst met wie ik ben: iemand van weinig woorden en een afkeer van hypes.”
Niet voor niets heeft hij een fascinatie voor werk van beeldend kunstenaar Donald Judd en de architecten/interieurontwerpers David Chipperfield, Maarten van Severen en Vincent Van Duysen. Over de twee laatstgenoemden: “Vlamingen durven terug te keren naar het ‘kale hout’. In Nederland zie je vaker poespas. Voorbeeld? Vorige week was ik op de Horecabeurs in Amsterdam. Louter glitter, glamour en façade. Dat botst met wie ik ben: iemand van weinig woorden en een afkeer van hypes.”
Muziek
Toch verklaart hij zijn eigen stijl niet heilig. “Of ik voor een caféhouder in Vinkel een ontwerp met schrootjes en ingemetselde karrenwielen zou kunnen maken? Ik haal er m’n neus niet voor op. Maar ik ga wel de discussie aan of zoek naar de ‘twist’ in zo’n ontwerp.”
Inspiratie put hij uit talloze bronnen. Van krantenberichten en straattaferelen tot aan musea zoals het Van Abbe en het Groninger Museum. “Een hele belangrijke inspiratiebron is muziek. Ik heb acht jaar klassiek piano gespeeld, bezoek regelmatig poppodia – van de W2 tot Doornroosje – en luister veel naar Studio Brussel en 3voor12. Dat maakt me gelukkig.”
Inspiratie put hij uit talloze bronnen. Van krantenberichten en straattaferelen tot aan musea zoals het Van Abbe en het Groninger Museum. “Een hele belangrijke inspiratiebron is muziek. Ik heb acht jaar klassiek piano gespeeld, bezoek regelmatig poppodia – van de W2 tot Doornroosje – en luister veel naar Studio Brussel en 3voor12. Dat maakt me gelukkig.”
Van alle markten
Het klappen van de zweep leerde hij bij Van den Hout & Kolen Architecten, een van oorsprong Rotterdams bureau dat in 1996 naar Tilburg verhuisde. Tussen 2000 en 2009 ontwierp en begeleidde Job vele architectonische en interieurprojecten voor particuliere en zakelijke opdrachtgevers.
Zo is hij van alle markten thuis: van schetsontwerp tot en met de uitvoeringsfase. “In zo’n traject kan van alles aan bod komen. Van routing, efficiency, kleuren en lichtinval tot aan vloer- en wandafwerking en meubelontwerp. Dankzij die veelzijdigheid heb ik leren werken met verschillende partijen: constructeurs, aannemers, installateurs en interieurbouwers.”
Zo is hij van alle markten thuis: van schetsontwerp tot en met de uitvoeringsfase. “In zo’n traject kan van alles aan bod komen. Van routing, efficiency, kleuren en lichtinval tot aan vloer- en wandafwerking en meubelontwerp. Dankzij die veelzijdigheid heb ik leren werken met verschillende partijen: constructeurs, aannemers, installateurs en interieurbouwers.”
Portfolio
Tijd voor verkenning van zijn vuistdikke portfolio. Tot de projecten, die Job onder de vlag van het Tilburgse bureau tot stand bracht, behoren onder meer de verbouwing en inrichting van twee praktijken voor orthodontisten, het interieurontwerp voor het hoofdkantoor van Mexx Shoes, een directiekamer van een bouwbedrijf en zogeheten KLM Crown Lounges op Schiphol, in Dubaï en Houston.
Op eigen titel ontwierp hij onder meer het interieur voor Studio Kluif, een van de gebruikers van De Gruyter Fabriek. Begin 2009 vestigde Job zijn eigen studio in het voormalige Bossche industriecomplex. “Ik vind het plezierig om deel uit te maken van zo’n werkgemeenschap die hoofdzakelijk jong en creatief is. Mijn eerste ‘interne’ opdracht heb ik al binnen: na een selectieronde mag ik voor de BIM een ontwerp voor een vergaderruimte en een multifunctionele ruimte maken.”
Op eigen titel ontwierp hij onder meer het interieur voor Studio Kluif, een van de gebruikers van De Gruyter Fabriek. Begin 2009 vestigde Job zijn eigen studio in het voormalige Bossche industriecomplex. “Ik vind het plezierig om deel uit te maken van zo’n werkgemeenschap die hoofdzakelijk jong en creatief is. Mijn eerste ‘interne’ opdracht heb ik al binnen: na een selectieronde mag ik voor de BIM een ontwerp voor een vergaderruimte en een multifunctionele ruimte maken.”
Vaas
Een laatste blik op zijn eigen inrichting. Strakke kasten met naslagwerken. Een halve bol als wandmeubel. Twee kolossale, zelfontworpen lampenkampen en een sobere tafel – eveneens van eigen hand. Mooie vaas, trouwens. Job-met-glimlach: “Van IKEA. Een ontwerp van Hella Jongerius. Dat dan wel.”
Tekst: Eric Alink




