Rodney Weterings
De liefde voor onaffe plekken
Op het nachtkastje van vrijwel elke zichzelf respecterende culturele ondernemer of beleidsmaker ligt het beëzelsoorde boek ‘The Rise of the Creative Class’ van Richard Florida. In 416 pagina’s bewijst deze Amerikaanse hoogleraar dat stedelijke economische groei onverbrekelijk is verbonden met een levendig cultureel klimaat. Een vrolijk inzicht? Ja.
Maar Rodney Weterings, wethouder van cultuur in ’s-Hertogenbosch, heeft er geen leeslampje voor nodig. “De laatste jaren merk ik sterker dan ooit dat economische groei, creatieve vitaliteit en Brabantse gemoedelijkheid elkaar niet bijten.” Gesprek met een geestdriftige wethouder.
Maar Rodney Weterings, wethouder van cultuur in ’s-Hertogenbosch, heeft er geen leeslampje voor nodig. “De laatste jaren merk ik sterker dan ooit dat economische groei, creatieve vitaliteit en Brabantse gemoedelijkheid elkaar niet bijten.” Gesprek met een geestdriftige wethouder.
“Ik merk dat gemoedelijkheid ook regelmatig wordt verward met angst voor modernisme. Dat is hier gelukkig niet meer het geval.”
Rodney Weterings is wethouder van cultuur ‘s-Hertogenbosch.
Rodney Weterings is wethouder van cultuur ‘s-Hertogenbosch.
Nog een leerzaam naslagwerk: De Atlas voor Gemeenten 2008. Het is verplichte leesstof voor elke scepticus die mompelt dat ’s-Hertogenbosch een kalme provinciestad zou zijn. Eén van de wapenfeiten: ’s-Hertogenbosch klimt op de ranglijst van favoriete Nederlandse steden – met leven, wonen, werken en recreëren als ijkpunten – van de vijfde naar de vierde plaats. Dat is zichtbaar.
Festivals en evenementen – van SOLOS en B-There voor jongeren tot Jazz in Duketown en Boulevard – zijn drukbezocht. Horeca en winkels floreren. Elk jaar trekt de stad 5 à 5,5 miljoen toeristische bezoeken – de vijfde positie op de landelijke ranglijst. Bovendien gaat ’s-Hertogenbosch flink op de schop. Zo is het Paleiskwartier ten westen van het NS-station een snelgroeiend luilekkerland voor liefhebbers van lef in architectuur.
Eind 2012 zal het binnenstedelijke Museumkwartier voltooid zijn. En wie dol is op hijskranen: de komende jaren zijn ze ook te zien op De Kop van ’t Zand en het GZG-terrein, in Boschveld en het Zuidwalkwartier en langs de Zuid-Willemsvaart.
Festivals en evenementen – van SOLOS en B-There voor jongeren tot Jazz in Duketown en Boulevard – zijn drukbezocht. Horeca en winkels floreren. Elk jaar trekt de stad 5 à 5,5 miljoen toeristische bezoeken – de vijfde positie op de landelijke ranglijst. Bovendien gaat ’s-Hertogenbosch flink op de schop. Zo is het Paleiskwartier ten westen van het NS-station een snelgroeiend luilekkerland voor liefhebbers van lef in architectuur.
Eind 2012 zal het binnenstedelijke Museumkwartier voltooid zijn. En wie dol is op hijskranen: de komende jaren zijn ze ook te zien op De Kop van ’t Zand en het GZG-terrein, in Boschveld en het Zuidwalkwartier en langs de Zuid-Willemsvaart.
Enkeltje Randstad?
Krap acht jaar geleden hing de vlag er anders bij. Arjo Klamer, hoogleraar Economie van de Kunst & Cultuur, stelde in een weinig vleiend rapport dat ’s-Hertogenbosch ‘de stad van je moeder’ was. “Maar de tijd is wel voorbij dat creatieve geesten na hun opleiding een enkeltje Randstad kochten”, merkt Weterings nuchter op.
“Ze blijven. Waarom? De culturele infrastructuur is aanzienlijk versterkt – van Verkadefabriek tot Toonzaal en Centrum Beeldende Kunst. En niet minder belangrijk: de collectieve marketing en samenwerking in de culturele sector is enorm versterkt.”
“Ze blijven. Waarom? De culturele infrastructuur is aanzienlijk versterkt – van Verkadefabriek tot Toonzaal en Centrum Beeldende Kunst. En niet minder belangrijk: de collectieve marketing en samenwerking in de culturele sector is enorm versterkt.”
Geestprikkelend
Nog een verandering: de liefde voor onaffe plekken in de stad. Volgens Weterings zijn die ‘rafelranden’ onmisbaar voor het creatieve klimaat. “Daar ontstaan gemakkelijk interessante initiatieven. ‘Onafheid’ prikkelt de geest. Bovendien zijn het laagdrempelige plekken."
"Als gemeente proberen we de creativiteit op die locaties te stimuleren. Maar uiteindelijk is de vitaliteit vooral te danken aan de ondernemingszin en vasthoudendheid van onze partners in de stad: culturele entrepreneurs, ontwikkelaars, corporaties en de BIM. Prima, want de overheid kan het niet alleen. Wat we wel kunnen, is ontwikkelingen zo regisseren dat anderen kunnen excelleren.”
"Als gemeente proberen we de creativiteit op die locaties te stimuleren. Maar uiteindelijk is de vitaliteit vooral te danken aan de ondernemingszin en vasthoudendheid van onze partners in de stad: culturele entrepreneurs, ontwikkelaars, corporaties en de BIM. Prima, want de overheid kan het niet alleen. Wat we wel kunnen, is ontwikkelingen zo regisseren dat anderen kunnen excelleren.”
Vingers aflikken
De Gruyter Fabriek is één van die ongepolijste plekken waar je creativiteit kunt verzilveren, stelt Weterings. “In potentie is De Gruyter Fabriek met 55.000 m² hét kloppende creatieve hart van onze stad en de regio. Ook kan de renovatie van De Gruyter Fabriek als hefboom werken voor het hele gebied. In die zin is De Gruyter Fabriek een spannende innovatie en de verschijningsvorm bij uitstek van het ‘creative city’- gedachtegoed. Ik weet zeker dat heel veel andere steden hun vingers aflikken bij zo’n kans.”
Hamvraag
Hamvraag: bijten creativiteit en Brabantse gemoedelijkheid elkaar? Resoluut: “Integendeel. De combinatie van die twee is een unique selling point aan het worden ten opzichte van andere regio’s. Zo ontstaat een stad met levendigheid waar je bij wil horen. Boven de Moerdijk vind ik de sfeer toch vaak wat afgemeten en op prestige gericht. Ik merk dat gemoedelijkheid ook regelmatig wordt verward met angst voor modernisme. Dat is hier gelukkig niet meer het geval.”
Tekst: Eric Alink

