Jolanda van Gennip
Trage lagen verf
Op haar ateliertafel liggen twee chocoladeletters. De E en de S. Niet haar initialen. Maar wie rondkijkt, ontcijfert het raadsel. Hier werkt een Eigenzinnige Schilder. Op bezoek bij Jolanda van Gennip (1965), die internationaal furore maakt met gestapelde olieverflagen. “Soms zijn kopers bang dat het van het doek valt.”
Al jaren maakt ze deel uit van Doklens, een stichting van vijftien beeldende kunstenaars die in De Gruyter Fabriek werken. De locatie bevalt haar. “Mijn vader werkte in een staalfabriek. Als kind had ik al een zwak voor onaffe plekken, waar ‘het niets’ een kans krijgt. Bovendien kent De Gruyter Fabriek allerlei culturen. Da’s prettig. Ik hou niet van een kliek. Ook een gesprek met een boekhouder-van-drie-deuren-verder kan m’n ogen openen.”
Toverballen
Ze studeerde aan de Kunstacademie in ‘s-Hertogenbosch. Tien jaar duelleerde Jolanda met zichzelf. Tot ze in 2000 afscheid nam van kunst maken die houvast biedt. “Ik besloot te experimenteren met dikke lagen olieverf over elkaar heen. Soms wel 7 à 8 centimeter dik. Zo ontstaan haast driedimensionale werken.” Ze roepen associaties op met uit elkaar spattende toverballen, lekgeslagen regenbogen en pek uit de kleurenhel.
De titels? ‘Too sweet to eat’, ‘Go down’, ‘Kill joy’ of ‘Bomber’. “Ja, dat klinkt explosief. Maar als je goed kijkt, zie je dat mijn doeken imploderen.” Wat wel losbarstte, was de aandacht van kunstkenners. Inmiddels hangt haar werk bij Galerie Jan van Hoof in ’s-Hertogenbosch en Galerie Kabuth in Gelsenkirchen. Voorlopig hoogtepunt: deelname aan de expositie ‘Gebaren van Verf’ (2007) in het Groninger Museum.
De titels? ‘Too sweet to eat’, ‘Go down’, ‘Kill joy’ of ‘Bomber’. “Ja, dat klinkt explosief. Maar als je goed kijkt, zie je dat mijn doeken imploderen.” Wat wel losbarstte, was de aandacht van kunstkenners. Inmiddels hangt haar werk bij Galerie Jan van Hoof in ’s-Hertogenbosch en Galerie Kabuth in Gelsenkirchen. Voorlopig hoogtepunt: deelname aan de expositie ‘Gebaren van Verf’ (2007) in het Groninger Museum.
“Ik ben niet van grote
aantallen en series.”
aantallen en series.”
Hangmat
Ook aan kopers is geen tekort. Lachend: “Vaak mannen van tussen de 40 en de 50. Vraag me niet waarom.” Toch maakt ze amper twintig schilderijen per jaar. Of galeriehouders nagelbijtend op nieuw werk wachten? Aarzelend: “Ik ben niet van grote aantallen en series. De meeste schilderijen zijn pas na een paar maanden af. Ik ben niet snel tevreden."
"Bovendien past die traagheid bij olieverf. Ik bouw dik op. Laag na laag, vaak op een gekleurde ondergrond. Soms krab ik na weken iets weg en denk: “Jezus, zit dat er óók nog onder?!” Ze kijkt naar buiten, langs de hangmat voor het raam. Voorlopig geen tijd om te rusten. Nog kilo’s verf te gaan. En twee chocoladeletters: puur. Zoals haar werk.
"Bovendien past die traagheid bij olieverf. Ik bouw dik op. Laag na laag, vaak op een gekleurde ondergrond. Soms krab ik na weken iets weg en denk: “Jezus, zit dat er óók nog onder?!” Ze kijkt naar buiten, langs de hangmat voor het raam. Voorlopig geen tijd om te rusten. Nog kilo’s verf te gaan. En twee chocoladeletters: puur. Zoals haar werk.
Tekst: Eric Alink


